‘Na mijn mbo-4-opleiding sociaal-cultureel werk heb ik jongerenwerk gedaan. Ik begeleidde jongeren bij hun socialisatie, maar ik merkte dat ik slechts in beperkte mate iets voor hen kon betekenen. Ik zag hen af en toe, en het bleef vrijblijvend. Ik wilde méér. Mijn doel was echt iets voor jongeren te betekenen. Dat kun je op school. Daar zie je de jongeren dagelijks en ben je ook met hun opvoeding bezig. Natuurlijk doe je dit als leraar naast de ouders, zij zijn daarvoor in de eerste plaats verantwoordelijk. Maar draag je iets bij aan de toekomst van jongeren, dan draag je bij aan de maatschappij, aan de toekomst van Nederland, en dat vind ik mooi.
In goede banen leiden
Ik koos voor het vak Nederlands omdat dit het belangrijkste vak is op school. Het is belangrijk dat jongeren de taal goed kunnen hanteren, dat ze overweg kunnen met de spelling en grammatica, maar ook met de betekenissen, de semantiek.
Jongeren gaan heel anders met taal om, en dat is niet alleen maar positief. Tegenwoordig zie je ook sms-taal en e-mail-taal, en er zijn allochtone leerlingen die het Nederlands niet als moedertaal hebben. Dat moet je als docent allemaal in goede banen leiden. Als leerlingen later een goede sollicitatiebrief schrijven, kan dat zijn doordat ik goed heb lesgegeven!
Mijn opleiding tot leraar volg ik via afstandsleren bij Hogeschool Windesheim. Ik ben voor het tweede jaar daarmee bezig, het tempo heb ik zelf in de hand. Tegelijkertijd heb ik een baan voor twaalf uur hier op school. Van één klas ben ik mentor.
Er zijn voor je leerlingen
In mijn eigen schooltijd maakten de lessen van een docente Nederlands indruk op mij. Zij straalde rust uit, ze toonde respect, ze lachte veel, maar was ook duidelijk als ze het bijvoorbeeld stil wilde hebben. Ook nam ze alle tijd voor je als dat nodig was. Ze had veel inlevingsvermogen. Dat vind ik nu ook erg belangrijk: je blijft leraar, maar je moet er wel zijn voor je leerlingen, en vol empathie zitten.
Leraar-zijn stopt niet met voor de klas staan. Er zijn veel mogelijkheden om door te groeien, bijvoorbeeld als mentor, coördinator, vertrouwenspersoon, zorgcoördinator, of conrector. Het beeld van ‘je bent leraar and that’s it’, klopt dus niet.
Kies voor dit prachtige vak
Mijn advies aan mensen die in dubio staan is: kies voor dit prachtige vak. Je krijgt er zoveel energie van. Als je er stáát, de leiding neemt, duidelijk bent in je bedoelingen en communicatie, en respect geeft, dan krijg je dat van je leerlingen terug en bereik je resultaat. Vergis je niet: juist ook als je streng bent, vinden leerlingen je aardig. En verkijk je ook niet op ‘de onopgevoede jeugd’, maar kijk erachter. Er zijn zoveel positieve dingen te vertellen, die mogen wel meer aandacht krijgen.’