Paneldiscussie Diner Pensant De Rode Loper 26 oktober 2010

Paneldiscussie onder leiding van Martin van der Harst

Panelleden: Ingrid van Engelshoven, Annet Kil, Lein Labruyère en Kees Booij


Mevrouw Van Engelshoven, wat wilt u horen om het gevoel te krijgen: we kunnen stappen zetten om rond dat register iets te doen. Welke toezeggingen, welke antwoorden wilt u?

Ingrid van Engelshoven: Ik wil van de zaal een soort: ja, ga maar aan de slag, dan gaan we met Annet en Den Haag aan de slag. Ik stel me voor dat we een werkgroep maken met het onderwijs, want ik wil graag ook leraren en scholen aan tafel. Volgens mij kunnen we er dan in de kortste keren uit zijn. Als ik dat ‘ja’ mag horen, dan ga ik aan het werk.
Annet Kil: Er zijn al twee jaar lang groepen leraren bezig om het lerarenregister op nationaal niveau vorm te geven. Ze maken samen afspraken over de eisen en hoe je daaraan kunt voldoen. Er zijn panels van leraren nationaal aan de slag zijn, daar zitten honderden leraren in. De vakinhoudelijke verenigingen hebben dat aanvankelijk in het voortgezet onderwijs geëntameerd. Dan praten we over 38.000 leraren. Die waren daar via hun representanten bij betrokken. Ze zijn nu op nationaal niveau gezamenlijk bezig de eisen vast te stellen voor toetreding tot het lerarenregister.


Hein van Asseldonk (bestuurder van Lucas Onderwijs), hoe beluister jij het voorstel om in Den Haag met het register te beginnen, als een kans of iets met veel hobbels?

Hein van Asseldonk: Ik ben nooit zo van de hobbels, dus we moeten de kansen die zich voordoen grijpen. We hebben geconcludeerd dat de kansen die erin zitten de moeite van het uittesten waard zijn. Ik ben ervoor om niet de hobbels, voetangels en klemmen in de schijnwerpers te zetten, maar met elkaar aan de slag te gaan en criteria te benoemen en kansen te benutten om het lerarenregister te krijgen.

Kees Booij, wat zou jij als rector met je team kunnen doen de komende maanden in die proeftuin om te onderzoeken wat er mogelijk en wenselijk is?

Kees Booij: Ik ben er een sterk voorstander van. Voor docenten moet helder zijn: ‘what’s in it for me?’ Je moet docenten goed duidelijk kunnen maken wat het voordeel van zo’n register kan zijn. Dan wil ik er graag aan meedoen.

Hans van der Moolen (directeur lerarenopleidingen Hogeschool Rotterdam), hoe kun je vierdejaarsstudenten warmmaken voor het idee van het lerarenregister in Nederland?

Hans van der Moolen: Ik denk aan twee elementen: leraren moeten enerzijds hun eigen professionaliteit op peil houden door bij te scholen en andere activiteiten. Anderzijds is er heel nadrukkelijk de maatschappelijke vraag naar de kwaliteit van leraren die worden opgeleid. Die kun je deels met dat instrument garanderen. De toekomst zal leren of het lukt om het lerarenregister al op de lerarenopleidingen in het hoofd van de studenten te krijgen. We gaan daar zeker bij helpen. Sterker nog: ik ben voorstander van het invoeren van een register voor lerarenopleidingen. Dan heb je een voorbeeldfunctie voor de studenten.

Lein Labruyère, kun je je idee van een instellingsregister nader toelichten?

Lein Labruyère: Je moet je afvragen of je op landelijk niveau een register kunt inrichten dat voldoende interesse geniet bij werkgevers en werknemers. De enige manier om motivatie te krijgen voor het vormgeven van het register is wanneer er een soort (basis-) landelijk register afgesproken wordt met ruimte voor een instellingsregister.
Ik doe alles voor het Haagse register, maar wil het slagen, dan moet het een verankering krijgen in een cao en een landelijk register. Anders zal het het karakter hebben van een muis in plaats van de olifant die jullie je daarbij voorstellen.
Ingrid van Engelshoven: Het moet een landelijke dekking krijgen, maar als je het landelijk zo dichttimmert dat je er lokaal of per instelling geen eigen kleur aan kunt geven, wordt het een in een Haagse ivoren toren bedacht idee dat geen raakvlakken heeft met de praktijk. Dus: ja, doe het landelijk, maar geef ruimte aan het lokale en instellingsniveau. Daar ben ik het zeer mee eens.
Annet Kil: Deze discussie hebben we ook rond de invoering van de wet-BIO gevoerd, over de bekwaamheidseisen. Daar was de gedachte: we moeten een generieke, robuuste set hebben die op sector-, school- en zelfs op BRIN-nummer-niveau kan leiden tot differentiatie in eisen die daar worden gesteld aan de bekwaamheid van leraren. Een robuust, generiek systeem, waarin je regionale, schoolspecifieke eisen kunt stellen, als werkgever aan je werknemer. Maar basiskwalificaties moet je met elkaar durven vaststellen. Er is gesproken over het VELON-register van lerarenopleiders.
De vraag is: kan iemand die aan de NHL in Leeuwarden wordt opgeleid straks ook in Rotterdam lesgeven? Het generieke niveau krijg je via de curricula en eindtermen van de lerarenopleiding, misschien straks wel via eindexamens. Dan kom je in Rotterdam als afgestudeerd leraar, maar dan ben je niet klaar. Dan wordt je daar verder bekwaamd in die desbetreffende doelgroep, sector en specifieke context, Dat is maatwerk, dat is de feitelijke invulling waar de wethouder op doelt. Dat is geen landelijk uit te rollen concept, geen robuust format. Dat ga je invullen op schoolspecifiek of regionaal niveau.


Hans Rookmaker (rector Gymnasium Sorghvliet), kun jij schetsen hoe zo’n proeftuin eruit moet zien om kans van slagen te hebben?

Hans Rookmaker: Dat is heel moeilijk. Het is echt dat men erin moet slagen duidelijk te maken wat voor leraren het voordeel is voor zo’n register. Toen het rapport ‘LeerKracht’ uitkwam, waren alle docenten op mijn school heel positief, behalve over het punt van het lerarenregister. Ze zeiden: wat moeten we ermee? We zijn toch goede leraren? Dus: ik heb echt een handvat nodig dat mij van elders geboden wordt om docenten te overtuigen dat het meerwaarde heeft om in het register te gaan, om zich ervoor in te zetten dat ze erin komen. Alle eisen die aan leraren worden gesteld om in register te komen worden sowieso op heel veel scholen al gesteld. Ik zie het soort voordeel voor de docent nog niet heel duidelijk.
‘Op instellingsniveau’ wordt hier steeds gezegd. Ik kan me dat voorstellen van iemand die aan de top staat van Inholland, maar ik sta aan het hoofd van een kleine school met 40 docenten. Ik zie niet in hoe ik op instellingsniveau moet differentiëren zonder ruzie te krijgen. Hoe krijg ik docenten ervan overtuigd dat het in hun voordeel is?


Jeroen van Arendonk
(docent VCL): Er zijn een paar redenen waarom het goed is. Als je een register hebt waaraan kwalificaties worden toegekend, heeft de docent het gevoel: ik sta in het register, dat kan ik. Ik ben docent op dat niveau, ik kan ermee solliciteren, ik kan naar een andere school, ik ben eerder aan de beurt om naar een hogere schaal te gaan. Elke beroepsgroep heeft een register, als docent kan het voordelen opleveren. Het schaadt niet, we moeten het niet zo negatief zien.

Kees Booij, op de avond van de verkiezing van de Leraar van het Jaar zei de toenmalige minister van Onderwijs André Rouvoet, in de tv-uitzending: het probleem van het lerarentekort is bijna opgelost. Dus waar zeuren we met z’n allen over?

Kees Booij: Wij staan met de voeten in de klei, en het lerarentekort is wel degelijk nog een groot probleem. Op dit moment worden vacatures nog opgevuld door stagiaires, zijinstromers, kortom: mensen die nog geen kwalificatie hebben. De meeste lessen worden dus gegeven, maar de vraag is: door wie precies? Daar moet nog een heleboel gebeuren, ook al zijn er positieve ontwikkelingen.
De instroom in de lerarenopleidingen, ook universitair, neemt toe. Al die signalen helpen, maar we zijn er nog niet, zeker niet wat de kwaliteit betreft. Het feit dat ik Engels geef, is daar het beste voorbeeld van!

Mevrouw Van Engelshoven, in hoeverre ervaart u het kwantitatieve en kwalitatieve tekort als probleem?

Ingrid van Engelshoven: Ik heb me voorgenomen zoveel mogelijk op scholen te zijn, en daar te horen hoe het in de praktijk gaat. Ik hoor met name over het kwalitatiteve tekort veel zorgelijke verhalen, dan gaat het echt om een aantal vakgebieden waarin kwalitatieve tekorten zijn, dus daar hebben we echt nog een opdracht.
Ik heb zelf nog genoteerd dat in de zaal drie heren van hbo-instellingen aanwezig zijn die elkaar tussen de regels door in de ogen hebben gekeken over de gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid in deze regio die linksom of rechtsom moet worden ingevuld. Ik neem dat als cadeautje mee naar huis.


Rob Brons (voorzitter CvB De Haagse Hogeschool), hoe sta jij als nieuwkomer in die discussie?

Rob Brons: Fris en fruitig, en het gevoel van urgentie is mij vanaf dag één wel duidelijk gemaakt in deze regio. Vele mensen in deze zaal hebben daaraan bijgedragen. Vervolgens heb ik mij verdiept in de materie en ben veel administratie tegengekomen met een hoge zuurgraad. Als er al veel aan het papier is toevertrouwd, is het lastig dat naast je neer te leggen en er met je frisse, fruitige blik dwars doorheen te gaan. Ik denk dat dat geen goede keus is. Ik ben verder erg op zoek naar creatieve oplossingen. Die zijn wel degelijk mogelijk, maar dan moeten we elkaar goed vasthouden. Vanuit de hogescholen hebben we het belang om de hogescholen overeind te houden. Vanuit het voortgezet onderwijs is het belangrijk om kwaliteit te leveren. Als we vanuit dat belang heel nadrukkelijk naar elkaar kijken, en we krijgen een beetje hulp van de wethouder en de minister, gaan we er zeker uitkomen.


Ray Ramnewash (medewerker van het SBO, Haags gemeenteraadslid en voorzitter van de commissie Samenleving), als je de discussies beluistert, waarmee kun jij dan iets?

Ray Ramnewash: De tekorten in kwalitatieve zin op scholen voor voortgezet onderwijs zijn echt een probleem. Ik wil er een nachtje over slapen voor ik kan aangeven hoe we daarmee aan de slag kunnen met z’n allen. Het lerarentekort doet echt pijn op dit moment, los van alle andere prachtige ideeën zoals een register.

Annet Kil, met welk gevoel ga jij naar huis, waar word je door gesterkt of gealarmeerd?

Annet Kil: Ik word gesterkt dat het initiatief in Den Haag zo breed met alle bijbehorende dilemma’s en vragen wordt geadopteerd. Een compliment! Ik verwacht daar veel van. Ik denk dat het voor de nationale agenda veel kan betekenen. Het een kan positief inwerken op het ander.
En gealarmeerd: ik heb ook de oproep gehoord van de betrokkenheid van de beroepsgroep bij het dossier. Het is een duivels dilemma. Ik hou vast aan de woorden van Rinnooy Kan rond de invoering van de lerarenbeurs. We dachten op een gegeven moment in een soort zaterdagmiddagstemming: het zal toch niet zo zijn dat er niemand een beroep doet op die lerarenbeurs? Maar kijk naar het resultaat: er is voor de derde keer sprake van overintekening. Ik ga ervan uit we dat we dat kunstje voor het lerarenregister nog wel een keer kunnen vertonen. Een beetje vertrouwen in de beroepsgroep kan geen kwaad!

Kees Booij (voorzitter regiegroep), heb je een paar dingen bij kunnen schrijven op de agenda van De Rode Loper? En zo ja, welke?

Kees Booij: Ik ga het niet zo precies benoemen, ik wil langs jouw vraag heen in het algemeen zeggen hoe ik dit beleefd heb. Het was geweldig om drie uur over onderwijsinhoud praten, met allerlei stakeholders, leerlingen, docenten, bestuurders, van alle kanten uit de universiteiten en hbo’s. We hebben met elkaar gesproken over het probleem in Den Haag. Ik heb er vertrouwen in dat we dat gaan aanpakken en oplossen.
Ingrid van Engelshoven: Het is prachtig om met elkaar een avond na te denken over onderwijs. Het ‘ja’ op het lerarenregister heb ik maar even genoteerd, we gaan daarmee aan de slag. En we moeten Mark Rutte zover krijgen dat als hij voor die klas blijft staan, hij ook zijn bevoegdheid haalt. Stel je voor: de eerste Haagse docent in het register wordt Mark Rutte!
Het idee van Kees Booij voor een maandelijks onderwijscafé te houden vind ik heel leuk. We hebben al de opening van het Haagse schooljaar. Als we nu eens maandelijks een platform creëren waarbij we dwars door die scholen en besturen, rectoren en docenten, een gesprek kunnen voeren over de stand van het onderwijs in Den Haag… Dat neem ik die mee naar huis en daar ga ik wat mee doen.
Catharina Abels (gemeenteraadslid Den Haag): Ik wil vertellen dat ik onlangs op het Novacollege van Johan de Witt gastles heb gegeven op zaterdagschool. Ik ben onbevoegd, maar ik ga ervoor!
Constance Bogers (gemeenteraadslid Den Haag): Ik denk dat het een goed idee is dat alle gemeenteraadsleden die onderwijs in hun portefeuille hebben gastlessen gaan geven. Ik ben dertig jaar geleden dramadocente geweest op het Tweede VCL. Gemeenteraadsleden uit de commissie Samenleving moeten zelf ervaren wat het is om les te geven, dan kunnen we beter met elkaar praten. Dat moeten we arrangeren – ik ben er klaar voor.


Martin van der Harst tot slot:
Er was sprake van geanimeerde discussie aan de tafels, bedankt daarvoor.
Ik lees tot slot de laatste zin van het boek ‘De gelukkige klas’ voor:

'Mijn lieve, lastige stel. Ik weet eigenlijk maar één ding. De jaar of wat dat ik jullie heb en dat jullie mij hebben behoren wij enkel maar een gelukkige klas te zijn. De rest is nonsens hoor, maar dat zal ik jullie nooit zeggen.'

 

Actueel

<!-- kop rechterkolom -->

banner opleidingsschool haaglanden

14 mei 2012
24 leraren die op tijd een Haagse Lerarenbeurs aanvroegen maar achter het net visten, zijn alsnog blij gemaakt door wethouder Ingrid van Engelshoven... Lees verder...
23 april 2012
Het Haags LerarenCafé was op donderdag 19 april te gast bij het Veurs Lyceum in Leidschendam. Met een glas in de ene hand en een hapje in de andere... Lees verder...