Kees Booij, rector van het Veurs Lyceum en regiegroepvoorzitter van De Rode Loper
Als je uitval wilt voorkomen met alle maatschappelijke kosten die daarbij horen, kun je veel besparen en je kunt nog veel gelukkige mensen maken ook als je zorgt dat een docent tijd heeft voor zijn kinderen.
Waar worden docenten gelukkig van? Ze worden er gelukkig van als zij aandacht kunnen geven aan hun leerlingen. Als er tijd is om aandacht te geven aan die leerlingen. Het zou overigens helpen als onze klassen wat kleiner van omvang kunnen zijn, als de baanomvang van de docent geen 26 lessen hoeft te zijn, als je niet verantwoordelijk bent voor misschien wel 250 leerlingen – dat is echt mogelijk! Als je onderwijs echt belangrijk vindt, doe je ook iets aan die werkomstandigheden. Dat heeft wel met geld te maken, maar niet met de salarissen van de docent.
Wat is er nog meer van belang? Goed management, om een team te maken dat met elkaar werkt aan de missie van de school. Dat de leerling daarin centraal moet staan is vanzelfsprekend. Maar het is zoveel krachtiger als je dat met elkaar doet. Ik ben ervan overtuigd dat docenten er gelukkiger van worden als er goed management is waarvan ze ruimte krijgen, en wanneer ze weten: we werken samen aan iets.
Er is ook heel erg goed nieuws: er gebeurt buitengewoon veel. Er zijn veel initiatieven genomen en stappen gezet. Hulde aan Alexander Rinnooy Kan: het rapport ‘LeerKracht’ heeft een heleboel goeds gedaan. Hulde aan Ingrid van Engelshoven: ze steekt haar nek uit met de Haagse Educatieve Agenda en wil beginnen met het lerarenregister. Hulde aan premier Rutte: hij is er als docent maatschappijleer aan de Johan de Witt Scholengroep een uniek voorbeeld van dat het onderwijs belangrijk is. Een prachtig gebaar, ik voel me gesteund. Alleen dat al geeft mijn beroep meer status en dat is echt van belang. Dan hoef je op verjaardagen niet met besmuikt te zeggen of te mompelen dat je in het onderwijs werkt. Of om met Johan Derksen te spreken, dat je bang bent dat je er helemaal geen verkering meer mee krijgt.
Er is een hoop gebeurd, maar er moet ook nog een hoop gebeuren. Er is een opdracht voor de politiek en de lerarenopleiding samen. Zorg voor een goede lerarenopleiding in Den Haag, zodat er een opleiding dicht bij de potentiële studenten komt, en de kans groter wordt dat zij voor dit prachtige vak kiezen.
Steun daarnaast de pas opgerichte Opleidingsschool Haaglanden voluit. De opdracht voor de lerarenopleidingen kan zijn: ga nog flexibeler om met zijinstromers, probeer nog meer maatwerk te leveren. Geef mensen die de stap naar het onderwijs willen maken alsjeblieft een kans. En de opdracht van de scholen is waarachtig: goed management.
Het docentschap is een prachtig beroep. Het is zo’n mooi beroep dat als je eenmaal langs het onderwijs gekomen bent, als je eenmaal geraakt bent, het je niet meer loslaat. Ik heb het idee ontwikkeld: zorg ervoor dat alle studenten, alle talenten in Nederland de kans krijgen aan dat beroep te ruiken, want niet iedereen weet dat het zo’n mooi beroep is. Dat kunnen we toch gewoon regelen? Zorg ervoor dat elke hbo- of wo-student drie maanden verplicht stage loopt in het onderwijs. Noem het maar maatschappelijke dienstplicht. Als je eenmaal van dichtbij hebt meegemaakt hoe mooi het is, krijgt de optie ‘werken in het onderwijs’ daadwerkelijk een grotere kans. Het is werkelijk een prachtig beroep, aan alle kanten, met zoveel facetten. Het echt iets kunnen betekenen voor iemand, de buitenlandse reizen, de feesten… En zoals Alexander Rinnooy Kan ook eens zei: ‘Er is het wonder van de kennisoverdracht.’ Iets mooiers is er eigenlijk niet.
Kortom: hoe kan de Haagse leraar nog trotser worden? Door te vertellen wat er allemaal in Den Haag gebeurt, en het lerarenregister is daar een goede gedachte in.
Hoe kunnen leraren hun talenten nog verder ontwikkelen? Door vakcoach te worden, bijvoorbeeld. Door met anderen te spreken over hun vak, door nieuwe docenten op te leiden, misschien ook wel door meer onderlinge contacten te hebben. Zorg dat je elkaar spreekt! Stimuleer overdracht van kennis, bijvoorbeeld door één keer per maand een Haags onderwijscafé. Niet voor managers, maar specifiek voor docenten. Waarbij ze worden uitgedaagd om iets aan anderen te vertellen bijvoorbeeld van een good practice in de school. Zomaar een idee.
Hoe kan professionalisering van het leraarsvak leiden tot meer geluk in de klas? Dat lijkt me als vanzelf te gebeuren. Leerlingen zijn niet achterlijk. Ze herkennen goede docenten en reageren daar positief op. Dus dat is een eitje. En tenslotte nog eens een keer: die drie maanden verplichte stage in het onderwijs.